Critically Coupled

Werkwijze

Als werk vastloopt, kijken we hoe mensen, rollen, processen en structuur elkaar beïnvloeden. Wat wordt van mensen verwacht, en wat hebben zij van anderen nodig? En hoe ontstaat uit het dagelijkse handelen een situatie die moeilijk te veranderen blijkt?

We onderzoeken waar het niet aansluit en wat er nodig is om verder te komen. Het beoordelen van individuele motivatie en competenties laten we aan managers en HR.

Waarom “critically coupled”

De naam is ontleend aan de natuurkunde, maar wat hij voor ons betekent is een vraag die we in elk stuk werk tegenkomen: waar is verbinding nodig, en waar staat ze het handelen juist in de weg?

Bij te weinig afstemming raakt werk tussen mensen en teams zoek. Bij te veel onderlinge afhankelijkheid wacht iedereen op iedereen. Wij onderzoeken welke afstemming het werk vraagt, en waar mensen zelfstandig verder moeten kunnen.

Te los

Verzoeken blijven liggen. Het blijft onduidelijk wie wat heeft toegezegd. Werk wordt dubbel gedaan, of overgedragen zonder de informatie die de volgende nodig heeft.

Kritisch gekoppeld

Mensen weten waarvoor ze elkaar nodig hebben en wat ze van elkaar kunnen verwachten. Ze spreken af wat ze toezeggen, onder welke voorwaarden en wanneer. Verandert er iets, dan stemmen ze opnieuw af.

Te strak

Ook kleine wijzigingen vragen goedkeuring van meerdere mensen. Hetzelfde werk gaat steeds opnieuw ter beoordeling rond. Mensen wachten op elkaar voordat ze verder kunnen.

Waar wij op letten

Wat we zichtbaar maken

Een beeld van wie wat van wie nodig heeft, waar het niet aansluit en waarom. Dat beeld is herleidbaar tot de stukken en gesprekken waarop het is gebaseerd; betrokkenen kunnen het aanvullen en corrigeren. Het beeld bepaalt niet vanzelf wat er moet gebeuren. Het opent opties, en samen wegen we af voor wie een verandering helpt, wat zij van anderen vraagt en wie zich eraan kan verbinden.

Theorie en praktijk

We beginnen bij concrete vragen uit het werk. We onderzoeken wat er gebeurt, beschrijven terugkerende patronen en ontwikkelen verklaringen. Die gebruiken we om samen met betrokkenen veranderingen uit te proberen.

Wat gebeurt er dan? Wat helpt, wat blijft vastlopen, wat hadden we verkeerd begrepen? Met die ervaringen stellen we onze werkwijze en theorie bij. Zo ontwikkelen praktijk en onderzoek zich samen, als een helix: we keren terug naar het werk met nieuwe inzichten en nieuwe vragen. Door onze begrippen en verklaringen expliciet te maken, kunnen anderen ze gebruiken, bespreken en toetsen.

Daarbij ontwikkelen we een eigen coördinatietheorie rond vier begrippen. Als vragen voor een organisatie, niet als definities:

  • Onderscheid: welke verschillen en categorieën gebruiken we om een situatie te begrijpen, en wat blijft daardoor buiten beeld?
  • Koppeling: hoe beïnvloedt wat de één doet het handelen van anderen, en hoe werken hun reacties terug?
  • Retentie: wat blijft bewaard en beschikbaar, en hoe werkt dat door in later handelen?
  • Eindigheid: welke grenzen stellen tijd, middelen en aandacht, en wat kan niet blijven wachten?